Kenniscentrum › Veel gestelde vragen

Veel gestelde vragen

Vragen met betrekking tot borstkanker

Waarom is het bevolkingsonderzoek borstkanker alleen voor vrouwen in de leeftijd van 50 tot en met 75 jaar?

De overheid heeft deze leeftijdsgrenzen vastgesteld. Uit onderzoek is gebleken dat het onderzoek vooral voor vrouwen in de leeftijdsgroep van 50 tot en met 75 jaar zinvol is.
  • Bij vrouwen jonger dan 50 jaar is röntgenonderzoek minder geschikt omdat er dan nog vaak veel klierweefsel in de borsten zit, waardoor de röntgenfoto’s niet goed beoordeelbaar zijn.
  • Voor vrouwen ouder dan 75 jaar geldt dat de kans dat zij uiteindelijk aan borstkanker zullen sterven klein is, vanwege de lage groeisnelheid van een tumor in de borst na het 75e jaar.
Vrouwen krijgen in het jaar dat ze 50 worden hun eerste uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek, en daarna krijgen zij iedere twee jaar een oproep. Het is dus mogelijk dat u 49 jaar bent als u de eerste uitnodiging krijgt. Omdat het een tweejaarlijks onderzoek is, kan het ook voorkomen dat u in het jaar dat u 51 jaar bent voor het eerst een uitnodiging ontvangt. Voor het bevolkingsonderzoek borstkanker komt u in totaal 13 keer in aanmerking.
In het jaar dat u 76 jaar wordt krijgt u dus géén uitnodiging meer, ondanks het feit dat u nog wel 75 jaar kan zijn wanneer het onderzoekscentrum in uw gemeente staat.

Is mijn borstkanker erfelijk?

Het kan zijn dat u, uw familie of specialist het vermoeden heeft dat erfelijkheid een rol speelt bij uw borstkanker. Als meerdere familieleden borst- en/of eierstokkanker hebben (gehad), kan dit een aanwijzing zijn voor erfelijkheid. Bijvoorbeeld: de moeder van uw moeder (uw oma), uw moeder, een zus van uw moeder, een nicht van uw moeder.
Kenmerkend voor een erfelijke variant van borstkanker is vaak dat u en/of uw familieleden het voor de leeftijd van 40 jaar kregen. De erfelijkheid kan ook via uw vaders familie doorgegeven zijn. In Nederland blijkt dat bij 5 tot 10 % van alle patiënten met borst- of eierstokkanker sprake is van een erfelijke vorm.

Hoe ga ik om met seksualiteit nu ik borstkanker heb?

Tijdens de behandeling of het ziekteproces blijft vrijen (meestal) mogelijk, maar uw zin daarin kan mogelijk afnemen, of geheel verdwijnen als gevolg van de psychische belasting. Ook kunt u last hebben van de bijwerkingen van de behandeling of problemen hebben met uw veranderde lichaam na de operatie.
Uw partner kan het soms moeilijk vinden om lichamelijk contact te hebben, bijvoorbeeld omdat hij denkt dat u daar nog niet aan toe bent. Voor u beiden is het belangrijk dat er aandacht is voor de verschillende gevoelens en behoeften. Samen de tijd nemen om weer vertrouwd te raken met uw lichaam en te verwerken wat er veranderd is door de ziekte en behandeling. Het is een situatie waar u en uw partner zelf een oplossing voor kunnen zoeken, eventueel met behulp van een therapeut.