KenniscentrumAlgemene informatie › Anatomie van de borst › Anatomie van de borst

Anatomie van de borst


Een borst is opgebouwd uit melkklieren, vetweefsel en bindweefsel. Het volume van het vetweefsel bepaalt de grootte van de borst. Het bindweefsel verbindt de borst met de spieren van de borstkas. Borsten kunnen onderling in grootte en vorm van elkaar verschillen.

Melkklieren

De melkklieren bevinden zich net achter of naast de tepel. In een vrouwenborst zitten gemiddeld tussen de 10 en 25 melkklieren. Via een netwerk van melkkanalen worden deze trossen van melkklieren naar de tepel geleid. Om de melkklieren heen ligt vet- en bindweefsel dat de melkklieren beschermt.
Tijdens een zwangerschap komt onder invloed van het hormoon prolactine de melkproductie op gang bij de vrouw. Dit heet ook wel ‘lactatie’.
Bij een vrouw neemt het klierweefsel van de borst in omvang toe in de periode tussen de eisprong en de menstruatie. Hiervoor is het hormoon progesteron verantwoordelijk. Ook kan een soms pijnlijk en gespannen gevoel (mastopathie) ontstaan dat verdwijnt na de menstruatie.

Tepel

Tepels kunnen verschillende vormen hebben. Van groot tot klein, van stijf naar voren staand, tot ingetrokken of plat. Tepels worden in het algemeen harder (stijf) door kou, aanraking of opwinding. Het iets donkerder gekleurde gebied rond de tepel heet de tepelhof (areola).

Borstvorming bij de man

Ook mannen kunnen soms vergrote melkklieren ontwikkelen onder invloed van hormonen. Normaal gesproken hebben mannen een aantal melkgangen vlak achter en naast de tepel maar is hun borst verder niet ontwikkeld. Borstvorming bij de man heet gynaecomastie. Als een borst aan één zijde in een aantal maanden tijd continu groeit moet ook bij mannen borstkanker worden uitgesloten.



Deel deze pagina: