KenniscentrumBehandelingen › Radiotherapie › Radiotherapie bij borstkanker

Radiotherapie bij borstkanker

Radiotherapie (bestraling) wordt vaak na een operatie gegeven om:
  • eventueel achtergebleven kankercellen alsnog te vernietigen;
  • de kans op de terugkeer van een tumor te verkleinen.
Door de bestraling sterven de tumorcellen af.
De radiotherapeut bespreekt met de patiënt hoe lang de kuur duurt en hoeveel behandelingen plaats moeten vinden. De bestraling wordt plaatselijk en in kleine hoeveelheden gegeven.
Door deze spreiding over een aantal weken wordt de dosis straling verdeeld. Dat geeft de gezonde cellen de gelegenheid om zoveel mogelijk te herstellen, met name ook tijdens de rustpauzes in de weekeinden. Kankercellen kunnen minder goed herstellen, waardoor ze door de bestraling geleidelijk aan afsterven.

Verschillende doelen

Radiotherapie bij kanker in het algemeen kan voor verschillende doelen worden ingezet:
  • Adjuvant: voor of na een andere behandeling. Vóór een operatie heeft radiotherapie als doel de tumor te verkleinen, zodat deze gemakkelijker verwijderd kan worden.
  • Postoperatief: na een operatie is het doel te voorkomen dat cellen die in het operatiegebied achtergebleven zijn, uitgroeien tot een nieuwe tumor.
  • Palliatief: bij uitzaaiingen. Het doel is dan de tumor of uitzaaiing te verkleinen of de groei te vertragen of te stoppen. Genezing is niet meer mogelijk, maar levensverlenging en meer kwaliteit van leven wel.

Wanneer radiotherapie bij borstkanker

Radiotherapie kan bij borstkanker worden gegeven:
  • na een borstsparende operatie;
  • na een borstamputatie;
  • bij een recidief (teruggekeerde tumor);
  • bij uitzaaiingen.

Na een borstsparende operatie

Na een borstsparende operatie wordt de borst vrijwel altijd bestraald (meerdere malen per week gedurenden een aantal weken). Wordt na een borstsparende operatie niet bestraald, dan is de kans op terugkeer van een tumor twee tot drie keer zo groot als wanneer de borst na de operatie vier tot zes weken wordt bestraald. In sommige gevallen kan er een gedeeltelijke bestraling worden gegeven.

Na een borstamputatie

Na een borstamputatie wordt soms de thoraxwand (borstwand) bestraald. Dat gebeurt als de tumor groter was dan 5 centimeter doorsnede of als er andere factoren zijn die de kans op terugkeer van de ziekte vergroten. Soms worden ook de lymfeklieren in de oksel, langs het borstbeen of langs het sleutelbeen bestraald. Of dat nodig is, hangt af van eventuele lymfeklieruitzaaiingen.

Na een recidief (teruggekeerde tumor)

Als de tumor is teruggekomen (recidief), moet een gebied soms opnieuw worden bestraald. Hier wordt alleen voor gekozen na een zorgvuldige afweging en op grond van de omstandigheden. De dosis straling is dan laag, vanwege de eerdere bestraling. Bij opnieuw bestralen is namelijk de kans op bijwerkingen groter. De bestraling bij een recidief wordt vaak gecombineerd met een hyperthermie-behandeling oftewel warmtebehandeling. Hyperthermie versterkt de werking van radiotherapie. Kankercellen zijn namelijk minder goed bestand tegen een hoge temperatuur dan gezonde cellen. Bij hyperthermie wordt de temperatuur in het lichaamsdeel waarin de tumor zich bevindt, verhoogd naar 40 tot 45°C. Dat wordt gedaan met microgolven, zoals in een magnetron.

Bij uitzaaiingen

Als er uitzaaiingen in andere delen van het lichaam zijn, wordt soms gekozen voor palliatieve bestraling. Het doel is dan de tumor of uitzaaiing te verkleinen of de groei te vertragen of te stoppen. Genezing is niet meer mogelijk, maar levensverlenging en meer kwaliteit van leven wel.De bestraling kan helpen de klachten te beperken en de groei van de uitzaaiingen te stabiliseren. Met name uitzaaiingen in de botten, bij het ruggenmerg en in de hersenen zijn een reden voor palliatieve bestraling. Maar ook bij uitzaaiingen op andere plaatsen kan bestraling nut hebben. Vooral in de longen en de lever, want dit zijn meest voorkomende plaatsen waar borstkanker naar uitzaait en waar radiotherapie effectief is.

Doorverwijzing naar Radiotherapiegroep

In het Slingeland Ziekenhuis wordt geen radiotherapie gegeven. Is in overleg met uw behandelend arts besloten dat u met radiotherapie wordt behandeld of nabehandeld, dan verwijst hij u door naar de Radiotherapiegroep in Arnhem (voorheen ARTI). De meeste patiënten die er behandeld worden, komen uit Oost-Nederland.
De specialist uit het ziekenhuis draagt zorg voor uw aanmelding bij de Radiotherapiegroep. Voor het eerste bezoek krijgt u een telefonische oproep. Een afspraakbevestiging inclusief routebeschrijving krijgt u thuisgestuurd.
Voor informatie over de gang van zaken bij de Radiotherapiegroep kunt u de website www.radiotherapiegroep.nl bekijken.

Nieuwe ontwikkelingen in borstbestraling

Op het vlak van borstbestraling is er een nieuwe ontwikkeling waarbij een deel van de borst bestraald wordt in plaats van de gehele borst. Dit heet partiële borstbestraling.
Deze behandeling is alleen geschikt voor een beperkte groep patiënten bij wie het risico (op lokale terugkeer van de tumor) voor deze behandeling als 'laag ' wordt ingeschat. De betreffende patiënten worden op basis van een aantal strenge criteria geselecteerd. 
Op dit moment worden er wereldwijd nog onderzoeken gedaan er achter te komen welke methode voor welke patiënt het beste is. Dat betekent dus dat er nu geen behandelingen zijn die 'bewezen' beter zijn dan een andere.
 



Deel deze pagina: