KenniscentrumBehandelingenRadiotherapie › Bijwerkingen lange termijn › Radiotherapie: bijwerkingen op lange termijn

Radiotherapie: bijwerkingen op lange termijn

Bestraling bij borstkanker kan ook bijwerkingen op lange termijn hebben, zoals:
  • een kwetsbare huid;
  • de vorming van bindweefsel;
  • een gevoelige borst;
  • schade aan hart en longen;
  • kwetsbaar botweefsel;
  • langdurige ontsteking van borstklierweefsel;
  • schade aan bloedvaten, verwijde bloedvaten in de huid of vlak daaronder (zogeheten teleangiëctasieën).

Kwetsbare huid

Een kwetsbare huid uit zich in de opperhuid, bijvoorbeeld:
  • verminderd pigment;
  • een dunnere huid;
  • het niet meer werken van zweet- en talgklieren.
Soms ontstaan verwijde bloedvaten in de huid of vlak onder de huid.
In de bestraalde borst kan het onderhuidse vetweefsel enigszins krimpen. Daardoor is de bestraalde borst vaak iets kleiner dan de borst die niet bestraald is.

Vorming van bindweefsel

Door de combinatie van een operatie en bestraling kan er zich bindweefsel vormen en kunnen er littekens ontstaan. Het weefsel voelt dan stugger en stijver aan. Of er bindweefsel wordt gevormd, hangt af van meerdere factoren. Dat zijn:
  • het aantal bestralingen;
  • de dosis van de bestraling;
  • de gevoeligheid van de patiënt.
In het gebied dat bestraald is, kunnen kleine uitgerekte bloedvaatjes ontstaan. De borst voelt daardoor kleiner en harder aan en de spieren zijn strakker en minder soepel. U kunt dan baat hebben bij oefeningen en voorzichtige massage.

Gevoelige borst

Als gevolg van radiotherapie kan de behandelde borst vreemd aanvoelen en blijvend extra gevoelig zijn.

Hart en longen

Bij een klein percentage van de patiënten ontstaat drie tot zes maanden na de bestraling een zogeheten bestralingslongontsteking. Dit komt doordat een deel van de longen altijd wordt mee-bestraald. Het gaat dan om een steriele longontsteking, die dus niet door een virus of bacterie is veroorzaakt. Na enkele weken nemen de klachten af en over het algemeen is de longfunctie na een jaar weer normaal.
Door bestraling kan ook longfibrose ontstaan. Dit is bindweefselvorming in de longen. Hierdoor nemen de longen minder zuurstof op. Dit kan een blijvend verminderde longcapaciteit tot gevolg hebben.
Afhankelijk van iemands lichaamsbouw krijgt bij linkszijdige bestraling een deel van het hart vaak ook iets straling mee. Dit kan 15 tot 20 jaar na de behandeling resulteren in hartritmestoornissen en een verhoogd risico op een hartinfarct.
Inmiddels zijn maatregelen genomen om deze risico's te verkleinen. Bijvoorbeeld het niet meer bestralen van de lymfeklieren achter het borstbeen. Daarnaast is de toepassing van de zogeheten breath-hold-techniek geïntroduceerd. Tijdens de bestraling ademt de patiënt diep in en houdt de adem vast. Hierdoor wordt het hart minder bestraald, want door de inademing zet de borstkas uit en wordt het hart afgeschermd door een stukje long.
Door nauwkeurige bestralingstechnieken die hart en longen beter afschermen, is goed te voorspellen wat de kans is op hart- en longschade. Zodoende kan dit risico samen met de patiënt worden afgewogen tegen de kans op genezing.

Kwetsbaar botweefsel

Bij ruim 1 procent van de patiënten die op de borst of borstwand worden bestraald, worden de botten gevoeliger, brozer en kwetsbaarder. Dit komt door een verminderde aanmaak van botweefsel. Het komt vooral voor bij de combinatie chemotherapie en hormonale therapie. De kans op kwetsbare botten wordt nog groter als er opnieuw wordt bestraald samen met hyperthermie (verwarming) en bij een plaatselijk hogere bestralingsdosis.
Doen zich pijn en breuken voor in het bestraalde gebied, dan zijn deze bijna altijd het gevolg van de bestraling en niet van uitzaaiingen. Tegen de pijn kunt u pijnstillers nemen. Middelen tegen botontkalking hebben geen nut. Bij ernstige pijn en klachten kan hyperbare zuurstoftherapie worden gegeven. U ademt dan 100% zuivere zuurstof in, onder verhoogde omgevingsdruk. Daardoor neemt het bloed meer zuurstof op, wat een helend effect heeft.

Langdurige ontsteking van het borstklierweefsel

Sommige patiënten hebben een verhoogde kans op een ontsteking van het borstklierweefsel. Dat betreft vrouwen:
  • met een postoperatieve (na de operatie ontstane) infectie;
  • met diabetes (suikerziekte);
  • met grotere borsten.
Grotere borsten zijn vatbaarder voor ontsteking door de grotere bloeddoorstroom. Een ontstoken borst is gevoelig, opgezet, rood en voelt warm aan. De ontsteking en bijbehorende klachten verdwijnen na verloop van tijd.



Deel deze pagina: